maandag 18 oktober 2010
Werk in uitvoering
Gek hoor, me weer klaarmaken om naar kantoor te gaan. Zo’n bekend ritueel, iets wat ik gewend ben voor dag en dauw op de automatische piloot te doen. Routinematige handelingen, meer niet. Nu ben ik er al dagen van tevoren mee bezig. Hoe zal het weerzien met de collega’s en mijn baas zijn? Het zal wel als een lopend vuurtje gaan dat ik er weer ben. En er zullen een heleboel verbaasde gezichten zijn van collega’s voor wie het een verrassing is.
Iedereen zal vragen hoe het met me gaat en ik zal keer op keer hetzelfde verhaal moeten vertellen van de operatie waar ik nog op wacht en dat ik alleen maar kom wennen. Het heeft geen zin energie te steken in echt inwerken, want tegen de tijd dat ik voor het eggie terugkom is dat weer oud nieuws. Ik heb ook vernomen dat er is gezegd dat “ze toch wel weer kan werken!?”. Gezellig hè? Tja, vrouwen. Ik wil er geen energie aan besteden , maar de wetenschap dat er dus personen zullen zijn die mij welkom terug heten en ondertussen over me praten dat ik deze periode expres langer laat duren om lekker vrij te zijn….. is toch een vervelend gedachte. Wat is voor hen dan wel een gegronde reden om met ziekteverlof te zijn?
Voor mij moet het moeilijkste nog komen. Diegene heeft gewoon geen idee hoe belastend deze hele periode voor mij is. Ik mag er dan fysiek wel soepeltjes doorheen rollen en mentaal ben ik ook wel sterk, maar dat laat onverlet dat ik tientallen keren per dag geconfronteerd wordt met gedachtes en zorgen. Zorgen om nog een operatie maar vooral een kritiek herstel. Alle keren dat ik naar het toilet ga, de fysiotherapeutische oefeningen zoveel keer per dag, de keren dat de telefoon gaat en ik het opnamebureau verwacht. Of als ik de deur uit ben geweest voor een boodschapje en ik terug thuis eerst kijk of er misschien is gebeld. Een baan als de mijne is niet van het soort dat je er eventjes bij doet. Je moet er met je hoofd heel goed bij zijn.
Om tijd te besparen bedenk ik ‘s avonds vaak wat ik de volgende dag zal aantrekken en als ik dat niet heb gedaan en ’s ochtends ook geen inspiratie heb, pak ik altijd iets zwarts. Nu heb ik er in het weekend een paar keer over nagedacht en weet ik het op dinsdagochtend nog niet. Ik kijk in mijn kast; wat heb ik allemaal? Oh, ja dat en dit en oh ja dat.
Maar vanwege het stoma kan ik nu niet alles meer aan. Van een aantal broeken zit de band te laag. Van sommige rokken ook. Dan zijn er effen jurken die te glad om mijn middel zitten waardoor je elk bultje en bubbeltje ziet. Die vallen ook af. Verder zit ik nu tussen twee maten in. De ene partij kleding is te krap en de andere te ruim. Vanwege de opvliegers moet ik een outfit hebben die uit verschillende laagjes bestaat, waarvan ik er één of twee kan uittrekken zonder dat ik dan te bloot bij zit.
Het is namelijk de hele dag door ‘vestje aan, vestje uit’. Zo’n opvlieger is loeiheet. Mijn rug en nek gloeien als een gek en als ik niets kan uittrekken, staat het zweet op mijn neus.
Ik kies een grijze broek met een paars shirt, een sjaaltje en een grijs jasje.
Op de weg is het ondanks de tijd (09.15 uur) nog druk. Een korte file voor de Coentunnel waardoor ik iets later aankom dan ik had gedacht. Nu geen stress, want het maakt niet echt uit hoe laat ik er ben, zo vertel ik mezelf, maar toch prikt . Ik ben nou eenmaal van de strakke planning en als het niet zo uitpakt als ik had bedacht dan heb ik daar last van.
Op kantoor wordt ik heel hartelijk ontvangen. Mijn baas zit te telefoneren, dus daar zal ik niet direct binnenstappen. Anita, mijn vervangster, is echt heel lief, maar ook met van alles bezig. Dus ga ik maar even een kopje koffie halen en bij een ander collega buurten die me laatst nog een kaartje heeft gestuurd Na enkele minuten belt Anita om te zeggen dat onze baas nu van de telefoon is en maar een minuutje heeft voordat hij naar een vergadering moet. Hij was volgens haar heel blij dat ik er vandaag weer zou zijn en wou me graag zien. Ik loop bij ‘m binnen en hij komt direct achter zijn bureau vandaan om me te omhelzen. Heel hartelijk en warm en oprecht blij dat ik er weer ben.
Op deze eerste dag lees ik een paar dingetjes die Anita in een map voor me verzameld heeft en haal ik nog maar een rondje koffie. Voor ik het weet is het alweer 11.30 uur en gaan we in het restaurant, vóór het drukt wordt, alvast wat te eten halen.
Na de lunch is het mooi geweest voor mijn eerste dag. Ik heb niet echt iets gedaan, maar het was leuk om de collega’s weer te zien en het was nuttig omdat er een heleboel mensen hun medeleven konden tonen en me de vragen konden stellen.
Patrick, mijn baas, is terug van de vergadering en zit achter zijn computer te lezen. Om hem te groeten steek ik mijn hoofd om de hoek en zeg: “ The pleasure was all mine. See you Thursday”.
***
Donderdag ga ik dezelfde tijd van huis en pas een uur later op kantoor. Op de autoradio hoor ik dat er iets is met de belijning van de A4, waar er een weghelft is afgezet en de file zich uitbreidt. Iedereen die via de A10 naar de A4 gaat staat vast en daarmee is de hele ring West geblokkeerd. Wat zeg ik, vanaf de A8 sta ik al in de file.
Er wordt eindeloos lang geleuterd over Jan Smit die waarschijnlijk in Las Vegas is getrouwd. Je zou bijna denken dat het interessant nieuws is. Het stemfragment wordt uiteindelijk geraden, het is ‘ik ben niet geboren, maar verwijderd met een schaar’ Hans Dorrestein. Het nieuws, weer en verkeer komt twee keer langs evenals de file-informatie. Ik luister altijd graag naar Radio Noord-Holland.
Op kantoor tref ik weer andere personen dan die ik dinsdag gezien heb. Met dezelfde vragen. Nu doe ik wel wat nuttigs; archiveren. Heel prettig om mijn eigen archief onder handen te kunnen nemen. Bloody organized als ik ben.
In het restaurant kom ik weer andere collega’s tegen met wie ik een praatje maak. Echt leuk. Patrick heb ik niet gezien, die zit de hele dag in een ander gebouw.
De terugreis dreigt ook een drama te worden. Op zo’n nieuw verkeersinformatiebord staat een afbeelding van een auto die schuin op twee wielen staat. Wat heeft dat nou weer te betekenen? Ik denk iets van een ongeluk, dus besluit ik via de A9 te rijden. Op de radio hoor ik even later dat er een file staat voor de Coentunnel vanwege ‘bergingswerkzaamheden’. Geen idee of ik erg veel om rij, maar ik rij in ieder geval wel en dat is beter dan stilstaan.
***
Het was raar om weer op mijn werk te zijn en niet te doen wat ik daar normaal doe. Het was leuk om mijn collega’s weer te zien en te spreken. De onoprechte pik je er zo tussenuit. Die zijn jammer, maar horen ook bij het leven. Je komt ze overal in de wereld tegen. Ik vond het niet overdreven intensief. Wel goed te doen hoor.
Volgende week weer twee daagjes naar kantoor. Ik heb er zin an en hopelijk is de weg dan beter begaanbaar.
Annelies
Labels:
Dikke darmkanker
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten